Belangenvereniging Zwammerdam

Damse Pareltjes/1

Deel dit artikel:
Twitter
Facebook
Beoordeel dit artikel:
5/5

De ‘Soli Deo Gloria’, is aangemeerd bij de woning van de fam. Stoter op de Dammekant. V.l.n.r. Harm Stoter, ?, Tante Saartje, Jacob Stoter en Jopie Stoter  (coll. Stoter).

 

Soli Deo Gloria/De Goede Verwachting

Eén van de bewoners van de Vlietkade was schipper Jacob Stoter; zijn klipperaak ‘Soli Deo Gloria’ ligt aangemeerd langs de Oude Rijn, ter hoogte van de  Vlietkade (destijds Gemeente Zwammerdam). Het schip kent een bijzondere en lange geschiedenis, vooral door de legendarische gebroeders Fortuin. Volg de geschiedenis van dit befaamde Damse en Boreftse schip. Aan de overzijde staan de kaaspakhuizen van Bodegraven, helaas allemaal gesloopt, alleen het achterste pakhuis – nu woonhuis – is er nog 

‘Soli Deo Gloria’ (alleen God de Glorie), gebouwd op de werf van Eikelboom in Hoogeveen voor fl 6000. De opdrachtgever destijds was Hendrik Stoter, schipper en turfhandelaar, gevestigd in Hoogeveen. Deze schipper had een vergunning voor eigen handel in Bodegraven. Uit de overlevering is gebleken dat de turf onder andere aan de bakkerijen van Bodegraven, Nieuwerbrug en Driebruggen werd geleverd. Dit ging blijkbaar zo goed dat de schipper zich kon veroorloven in Bodegraven een huis te kopen en zich daar vestigde. Zijn zoon Johannes Stoter zette de schipperij voort, eerst met zijn vrouw en later met een knecht (Hilbert Lubbers). Men voer aanvankelijk op de zeilen of liet zich slepen, later werd gebruik gemaakt van een opduwer. Omstreeks 1938 begon Johannes een bedrijfje in het maken van betonblokjes in Bodegraven, deze blokjes worden heden ten dage nog gebruikt als vulblokjes in de bouw (inmiddels al niet meer). Frappant is wel de overeenkomst in vorm tussen turven en deze betonblokjes (ook deze blokjes werden nog door Jaap Stoter gemaakt in Zwammerdam). Johannes ging aan de wal en deed het schip over aan zijn broer Harm Stoter. Hij zette het varen voort samen met zijn vrouw Jaantje en hun twee kinderen, Albert en Froukje. Omdat de turfvaart behoudens een paar vrachtjes in de oorlog een afgelopen zaak was, werd er ook over de beurs gevaren met voornamelijk granen, hout en bouwmaterialen. De laatste turf moet ongeveer in 1949 zijn verscheept; dit is vooral nog zo lang doorgegaan omdat de ovens van de bakkers geschikt waren om te stoken op turf. Zij moesten investeren in nieuwe ovens om ook andere brandstoffen te kunnen gebruiken. Pas in de jaren vijftig werd het mastdek naar voren geplaatst en het tuig verkleind, zodat het alleen nog als steunzeil werd gebruikt en men zich door de opduwer liet voortstuwen. Harm heeft het schip tot 1963 in zijn bezit gehad. Daar geen van zijn kinderen het schip wilden overnemen werd het schip toen aan de bekende familie Fortuin verkocht voor ongeveer fl 11 000. De familie Fortuin was toen al min of meer uitzonderlijk in de schipperij, omdat zij met hun ca. 90 tons tjalkje als laatste vrachtvaartuig ongemotoriseerd, dus op de zeilen of slepend, hun brood verdienden. Het tjalkje vaart momenteel, bijna onherkenbaar, in de chartervaart als de ‘Zwarte Ruiter’.  De broers Piebe, Freek, Ruurd, hun zuster Anne en hun moeder namen het schip over en vernoemden de ‘Soli Deo Gloria’ naar hun tjalkje ‘De Goede Verwachting’. Door de ‘Soli Deo Gloria’ te kopen hebben zij voorkomen, dat het schip destijds is gesloopt of gemoderniseerd. Zij hebben nooit iets aan het schip verandert en hebben met opduwer en af en toe een steunzeil tot 1983 vracht gevaren over de beurs. De taakverdeling was Frederik op het voordek, Piebe als schipper bij de helmstok en Ruurd in de opduwer (die zij ook wel oude hufter noemden). Vaak werd in IJmuiden kunstmest geladen naar Friesland, o.a. naar Donkerbroek, Wijnjeterp en Olderberkoop. Zij waren door de toenmalige schaalvergroting in de binnenvaart op het laatst een van de weinigen, die deze plaatsen aan de Opsterlandse Compagnonsvaart met 100 ton kunstmest konden bereiken.

De maximum diepgang was daarbij ongeveer 1,45 meter. Tot 1983 deden zij ongeveer 10 reizen per jaar. Toen overleed Frederik Fortuin en kwam het schip stil te liggen in Amsterdam-Noord. Zij misten nu namelijk een bemanningslid om het schip te bemannen. Mede vanwege hun hoge leeftijd zagen de overgebleven broers Piebe en Ruurd zich genoodzaakt het schip in 1985 te koop aan te bieden. Op het ogenblik wordt het schip gebruikt als woning door de fam. Oostland, en is het schip is weer teruggebracht in zijn orginele staat.

Bron: Vereniging de Binnenvaart.

Eerder gepubliceerd in Oud Damme nummer 7

 

 

Deel dit artikel:
Twitter
Facebook
Beoordeel dit artikel:
5/5

Misschien bent u ook geïnteresseerd in

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven

Volg Damse Zaken via e-mail

Voer uw naam en e-mail in en ontvang wekelijks een notificatie met de laatste Damse Zaken

Naam(Vereist)